Vader en zoon van der Wal: Geen eeuwenoud schippersbloed nodig om het skûtsje-enthousiasme over te dragen

0

HASKERDIJKEN – In de SKS zwerven veel namen van bekende SKS-families over de schepen. De namen Visser, Meeter, Zwaga en Brouwer zijn niet los te denken van het skûtsjesilen.

Maar je hoeft niet uit een jarenoud schippersgeslacht te komen om het enthousiasme over te brengen binnen de familie. Aan de keukentafel van familie Van der Wal uit Haskerdijken gaat het zeer vaak over het skûtsjesilen. Robert van der Wal (56) is voorzitter van het bestuur van het Heerenveense skûtsje Gerben van Manen, zoon Matthijs van der Wal (19) is er al voor het vijfde jaar bemanningslid.

Uit een generatie schippers bestaat familie Van der Wal niet. Robert groeide de eerste jaren van zijn leven op in Leeuwarden, waar zijn ouders een speelgoedzaak hadden. “Technisch speelgoed, dus de treintjes en het modelbouwen en dat spul”, begint Robert. “Toen ik vijftien was nam mijn broer de zaak over en verhuisden wij naar Heerenveen.” Zijn ouders hadden een motorboot waarmee het gezin vaak op pad was. Het zaadje werd dus al wel vroeg geplant. “Mijn ouders bezaten ook een vakantiehuisje in Delfstrahuizen, aan de Tjonger. Daar hadden we ook een zeilboot, een sailhorse en later een laser. We waren altijd op het water.”

Op zijn 18de wordt Robert zeilinstructeur bij Pean in Grou, waar kinderen op zeilkamp kwamen. “De koeien waren bij wijze van spreken nog maar net de stal uit en toen werd het gebruikt als accommodatie”, herinnert Robert zich die tijd.

Zakelijk adviseur

Na zijn opleiding, de HEAO in Leeuwarden, kon Robert aan de slag bij de ING, waar hij tot de dag van vandaag nog altijd werkt. “Al dertig jaar als adviseur ‘zakelijk’. Vanuit die rol kwam ik Allard Sijperda tegen, die toen schipper was op het skûtsje van Heerenveen. Allard vroeg of ING niet sponsor wilde worden. De bank stond daar positief tegenover, maar op voorwaarde dat Robert het regelde, want van skûtsjesilen wisten zij niets. “Met de ING gingen we vaak met klanten zeilen. Zo leerde je de bemanning ook goed kennen. Jacobus de Vries was toen nog voorzitter, bij hem liet ik doorschemeren dat, als er eens een functie vrijkwam in het bestuur, dat ik dat wel wilde.” Zo belandde Robert in het bestuur van het Heerenveenster skûtsje. Een rol als bemanningslid is hem eveneens aangeboden, maar het is het gebrek aan tijd dat Robert van het dek houdt. Inmiddels zit hij wel al twaalf jaar in het bestuur. Eerst als secretaris en nu sinds twee jaar als voorzitter. “Dat was wel een stap voor mij, want van mijzelf uit sta ik niet graag op de voorgrond.”

Trots

Waarom hij het Heerenveenster skûtsje al zo lang trouw is, komt volgens Van der Wal omdat het verreweg het mooiste skûtsje van de vloot is. “Met een speciale, hechte ploeg erop. Een relatief jonge ploeg, maar er zit ook eentje aan boord sinds 2004. Ze willen hard werken voor elkaar en alles voor elkaar doen. Wat ik sterk vind is dat wij als bestuur ook dicht bij de bemanning staan. We hoeven ook niet echt op zoek naar nieuwe bemanningsleden, want meestal melden die zichzelf wel aan”, vertelt de voorzitter trots.

Mee in de roef

Robert kreeg samen met zijn vrouw Anneke twee zonen: Jurjen en Matthijs. Beide jongens groeiden op in Haskerdijken, waar Robert en Anneke neerstreken na samen te hebben gewoond in Heerenveen. Het huis is omringd door water en Matthijs herinnert zijn jeugd dan ook spelend op het water. “We hadden een optimistje en later een laser pico.” En enkele weken van het jaar stond in het teken van het skûtsjesilen. “Wij gingen altijd mee, op het volgschip. Maar ik was op een leeftijd dat het zeilen mij weinig kon interesseren en wij vooral lekker aan het zwemmen waren.” Dat veranderde toen Matthijs eens mee mocht met het zeilen met donateurs. Later mocht hij mee naar een wedstrijd tijdens Lemmer Ahoy, toen mocht hij mee in de roef. “Ik vond het hartstikke mooi”, herinnert hij zich. “Wel ging het er in het heetst van de strijd soms wat ruig aan toe in de woordenwisselingen met elkaar. Maar dat hoort erbij.”

Meteen verkocht

Er was niet echt een nieuw bemanningslid nodig, maar er werd een plekje in de roef voor hem gevonden. Onder schipper Alco Reijenga ‘debuteerde’ Matthijs op vijftienjarige leeftijd op de Gerben van Manen. Eigenlijk was het besluit dat de bemanningsleden achttien jaar moesten zijn en daar snoepte hij er in de roef mooi drie jaren vanaf.

Matthijs was meteen verkocht en investeerde vanaf dat begin ook graag zijn tijd in het skûtsjesilen. Na twee jaar skûtsjesilen wisselde de schipper. “De schipper stelt de bemanning samen dus toen was het de vraag of ik mocht blijven. Ik had ook aangegeven dat, als ik mocht blijven, ik ook wel een plekje op wilde schuiven.” Hij mocht peiler worden bij de nieuwe schipper, Sytze Brouwer. En dit wordt alweer zijn derde jaar.

Slap ouwehoeren

“We trainen nu om de week en dan twee keer in week, omdat Sytze en zijn broer Harmen week op week af in de binnenvaart zitten.” Het bevalt Matthijs erg goed. “Het is gewoon een hele leuke ploeg”, knikt hij. “Er wordt hard gewerkt, vaak vanaf maart al, maar er is ook ruimte voor slap geouwehoer. De sfeer zit er altijd goed in.”

“Laatst toen het zo warm was,” weet Robert, “gingen tijdens een training steeds meer kledingstukken uit. Aan het eind stonden ze allemaal in hun onderbroek aan dek.” Matthijs lacht.

De maritieme sector heeft de interesse van Matthijs gewekt. Hij zit in zijn derde jaar van de opleiding Maritieme techniek aan de Friese Poort in Sneek. “Het is een hele brede opleiding. Van lassen, tot het tekenen en de regelgeving. Als ik hiermee klaar ben dan wil ik door naar het HBO, zelfde richting, maar nog meer leren.”

Voorzitterszoontje

Robert vindt het prachtig dat Matthijs bemanningslid is geworden. Hoewel zijn rol als voorzitter van het bestuur en Matthijs als bemanningslid elkaar ook weleens anders kruisen. “Er wordt weleens iets gezegd over het bestuur, of even gezeurd op het bestuur, maar dat deert mij niets”, zegt Matthijs. “Ik zal dat ook nooit van hem horen, wat er over ons wordt gezegd”, valt Robert meteen bij. “Dat scheidt hij heel erg goed.” En er wordt uiteraard ook weleens gegrapt over het ‘voorzitterszoontje’.

Matthijs’ oudere broer Jurjen had niet de ambitie om bemanningslid te worden, maar hij regelt de social media van de Gerben van Manen. Thuis aan tafel ontkomt het gezin er dan ook niet aan om het met enige regelmaat over het skûtsjesilen te hebben.

Niet alleen aan de eigen keukentafel gaat het vaak over het skûtsjesilen. Matthijs zijn vriendin is de kleindochter van Douwe Visser, voormalig schipper van Sneek, dus bij zijn schoonfamilie gaat het net zo. “Maar na de SKS is het ook wel even klaar”, zegt Matthijs. “Als de wedstrijden zijn gedaan, dan even wat anders.”

Het skûtsje leeft in Heerenveen

Het Heerenveenster skûtsje leeft echt in Heerenveen. “Het skûtsje is het vaakst van alle skûtsjes kampioen geweest, zeventien keer in totaal, dat draagt eraan bij. En Heerenveen is ook echt een sportgemeente”, verklaart Robert. “Toch is het ook opmerkelijk is, omdat Heerenveen niet echt een watersportplaats is.” De populariteit levert ook sponsors op, de Vrienden bij de Gerben van Manen, en donateurs. “Hier zijn we erg blij mee en het is ook nodig. Er moet jaarlijks behoorlijk worden geïnvesteerd.”

Met Akkrum er nu bij, moet de gemeente de aandacht wel wat verdelen. “De burgemeester en wethouder zag je normaal gesproken bij de entourage van Heerenveen zitten. Nu wisselen ze af met Akkrum en hebben we het ene jaar de wethouder en het andere jaar de burgemeester”, lacht Robert.

Vorig jaar werd Heerenveen op de laatste meters tweede. “We waren zo dichtbij. Het was wel even slikken en erg teleurstellend. Maar later kon die knop ook om, want we waren wel tweede. Dat is toch bij de top.” Ze staan er nu goed voor, volgens Matthijs. “We zijn goed op elkaar ingespeeld. Dit seizoen hebben we al redelijk wat voorwedstrijden gehad en het zit er goed in”, zegt Matthijs.

Dat het skûtsje zo mateloos populair is in Heerenveen, is altijd al zo geweest, zegt Robert. “Wie betrokken is, blijft vaak betrokken. En in mijn tijd dat ik in het bestuur zit, zijn ze twee keer kampioen geworden. Als ze dan op de Oude Koemarkt gehuldigd werden, kon je over de koppen lopen.”

Matthijs: “O ja? Dan moeten we helemaal winnen, maak ik dat ook eens een keer mee!”

Door Kirsten van Loon

Het is niet meer mogelijk te reageren

X
X

Deel dit met een vriend