Gooitzen Bosma en de Ridders van de Duitse Orde “Een kerkhof is het fotoalbum van het dorp”

Gooitzen Bosma en de Ridders van de Duitse Orde “Een kerkhof is het fotoalbum van het dorp”

0

HEERENVEEN – Akkrum, 1965. De 14-jarige Gooitzen Bosma koopt zijn eerste single, ‘My Generation’ van The Who.

Gooitzen struint graag rond op het oude kerkhof van Nes, want is ook geïnteresseerd in eerdere generaties. Hij ontdekt een aan de kant gegooide steen, waarop een opschrift staat. Naar aanleiding van die gebeurtenis is Gooitzen een halve eeuw later beheerder van een middeleeuws archief, het archief van de stichting Friese Huizen van de Duitse Orde. Die middeleeuwse Ridderlijke Duitse Orde bestaat nog steeds.

Wanneer we namens GrootHeerenveen bij Gooitzen Bosma op de stoep staan, staan we niet voor een adellijk landgoed bij Akkrum, maar voor een gewoon rijtjeshuis in de wijk De Greiden in Heerenveen. De deur wordt ook niet opengedaan door een adellijke ridder, maar door een gewone Fries. Hoe wordt een gewone Fries archivaris van een Ridderlijke Orde?

“Ik bin in strúner”

“Ik bin in strúner”, zegt de nu gepensioneerde Bosma. “Ik wol alles witte, mar ik wit noch lang net alles.” Bosma, geboren in 1951 in Akkrum, begint zijn verhaal in 1965. “Ik was een jaar of veertien en mocht in die tijd graag op de oude begraafplaats van Nes ronddwalen. Een kerkhof is het fotoalbum van het dorp, daar ligt veel historie. Op die oude terp-begraafplaats van Nes stond in de middeleeuwen een klooster, een ‘commanderij’. De ruïnes van de kloosterkerk moesten later plaatsmaken voor een klokkenstoel. In 1907, bij het vernieuwen van de fundamenten van die klokkenstoel, werden stenen gevonden en aan de kant gegooid.”

Tussen de puinresten van al die graafwerkzaamheden had men in 1907 drie brokstukken van een oud-commandeurszerk uit 1556 gevonden, van Reyner van der Elborch. Gooitzen vindt tussen de resten op de heuvel nóg zo’n aan de kant gegooide steen. “Er zijn twee fragmenten bewaard gebleven van die steen. Wat ze met de rest hebben gedaan, weet ik niet. Waarschijnlijk is het puin als verharding gebruikt voor een boerenreed; de mensen hadden toen minder historisch besef.”

Schansen en kloosters

“Ik dacht bij die steentjes: ‘Kloosters? Wat is hier vroeger in onze achtertuin allemaal wel niet gebeurd?’ En zo ontstond mijn nieuwsgierigheid en speurtocht naar het verleden.”

Bosma vertelt verder, als een gedreven en enthousiast vorser van de geschiedenis. “De geschiedenis van die steen gaat terug tot de middeleeuwen, naar de tijd van de Kruistochten vanuit Duitsland naar Palestina. Er ontstonden Ridderlijke Ordes, met bezittingen overal in Europa. Ook in ons gebied werd in 1228 zo’n Ridderlijke Duitse Orde opgericht, dat was ten tijde van de vijfde Kruistocht, waar veel mensen uit het noorden aan mee deden. Je had twee takken in die Ridderorde: een militaire tak om de pelgrims te beschermen en een geestelijke tak, voor de verzorging van de mensen. De Friese tak van de Duitse Orde resorteert nog steeds onder de vlag van de Ridderlijke Balije van Utrecht, al meer dan 800 jaar!

De Orde in dit gebied werd vooral opgericht om mensen te verzorgen. In Sneek werd daarvoor een hospitaal door de Johannieters ingericht; daar is het huidige Sint-Antonius Ziekenhuis uit voortgekomen. In wat nu de gemeente Heerenveen is, hebben twee schansen gestaan op het voormalig grondgebied van de Duitse Orde: de Terbantster Schans en bij een doorwaadbare plaats aan de Tjonger de Schoter Schans. En er kwamen drie kleine kloosters voor de geestelijke verzorging: de Steenkerk in Luinjeberd voor vrouwen; eentje bij Schoten, een hospitaal-commanderij; en eentje bij Nes, de hoofd commanderij. Op Haskerdijken staat midden in het land nog ‘De Kapelle’, hier stond voorheen het klooster van de Reguliere kanunniken van Sint-Augustinus.”

Er werd met de Duitse Orde samengewerkt, maar tegenwerking gebeurde net zo goed, volgens Bosma.

Stichting Friese Huizen van de Duitse Ridderorde

“De gebieden die de Duitse Orde hier bezat werden ‘commanderijen’ genoemd, met een commandeur aan het hoofd. De Ridderlijke Orde had hier veel gebied in eigendom, maar na de Beeldenstorm in 1566 was het gauw gedaan met de macht van de commandeurs. Alles wat Rooms was, daar moest men niets meer van hebben en in 1580 werden de bezittingen van de Duitse Orde verbeurd verklaard en de Friese Staten kregen het beheer over de goederen. De grietenijen, de voorlopers van de huidige gemeenten, werden de nieuwe bestuursorganen. Melchior de Grote heet ‘de laatste commandeur van Schoten’ te zijn geweest.”

De Ridderlijke Duitse Orde mag zijn bezittingen dan wel hebben verloren, Gooitzen Bosma ontdekt dat de Duitse Orde zelf nooit is opgeheven en dus tot op de dag van vandaag nog bestaat. Bosma ontdekt ook dat hij niet de enige is, die zich met de erfenis van de Ridderlijke Orde bezig houdt. Er wordt een commissie opgericht, een werkgroep die de historie van de Orde vastlegt en bewaart. Samen met deze ‘geloofsgenoten’ richt Bosma in 2016 in Nes de Stichting Friese Huizen van de Duitse Orde op. Omdat Bosma inmiddels erg veel informatie heeft verzameld en omdat er ook veel historisch materiaal bewaard is gebleven, die moet worden beheerd, wordt Bosma binnen het bestuur benoemd tot archivaris.

De laatste commandeur

Melchior de Grote mag dan de laatste commandeur in actieve dienst zijn geweest; er bestaat in deze regio nog steeds een commandeur van de Duitse Orde, weet Bosma. “Een commandeur moet van adel zijn, zowel van vaderskant als van moederskant. De huidige commandeur van Schoten is jonkheer Tjalling van Eysinga uit Sint Nicolaasga.”

De ouders van Tjalling van Eysinga waren jonkheer Cornelis van Eysinga, ooit kamerheer van koningin Juliana en prinses Beatrix, en Maria Clara Electa Walburga, barones van Harinxsma thoe Slooten. Jonkheer Tjalling van Eysinga runt met zijn echtgenote Anneke van Eysinga-de Bruijn sinds september van dit jaar een ‘bed and breakfast’ in hun landhuis Huize Boschoord in Sint Nicolaasga en bezit nog het statige huis

Epema State in Ysbrechtum

“Maar Tjalling is wel de laatste commandeur,”, zegt Gooitzen, “want zijn echtgenote is niet van adel, dus het commandeurschap kan niet worden geërfd.” Gooitzen Bosma en de Ridders van de Duitse Orde… We zouden er een boek over kunnen schrijven, in plaats van slechts één pagina in Groot Heerenveen Krant.

Het is niet meer mogelijk te reageren

X
X

Deel dit met een vriend