Minke Molenaar is weer ‘thuis’ bij het CIOS

Minke Molenaar is weer ‘thuis’ bij het CIOS

0

HEERENVEEN – Vele uren bracht zij als meisje in Heerenveen door in de turnhal, getraind door docenten en studenten van het CIOS in Herenveen. Heerenveen is nu opnieuw haar thuisbasis.

Via allerlei omwegen kwam Minke Molenaar – vijftig nu – al eerder terecht in het beroepsonderwijs. Dit alles komt nu samen, alsof het zo moet zijn. Sinds afgelopen zomer is zij directeur van het CIOS, school voor sport en bewegen van het Friesland College.

Heel snel voelde Minke Molenaar zich – weer – thuis op het CIOS. De school vierde deze maand het 45-jarig bestaan en heeft een rijke historie, waar de nieuwe directeur zelf vaak mee verbonden was. Sterker nog: “Als kind heb ik in deze omgeving enorm veel geleerd. Hier veranderde ik van een onzeker meisje in een jonge vrouw met zelfvertrouwen, leerde ik door te zetten én plezier te hebben.”

Natuurlijk, ze kijkt als directeur graag naar de toekomst van het CIOS dat alweer vele jaren onderdeel is van het Friesland College. Hier liggen legio kansen voor samenwerking met andere opleidingen, om mbo’ers breder op te leiden, én met instellingen en verenigingen in de omgeving. Ook in Heerenveen kan meer. “Ik zoek graag verbinding.” Samen kom je verder, heeft Minke geleerd en ervaren.

Doorgaan, niet stoppen

Vanuit haar kantoor op de eerste etage van Sportstad heeft zij zicht op de bronzen buste van haar oude leermeester Tjalling van den Berg, die nog geregeld bij het CIOS rondloopt. Hij was streng, maar wist de kleine Minke ambitie bij te brengen. Zij was zo’n ukkie dat op haar zesde voor het eerst over een kast sprong, talent bleek te hebben en vervolgens bijna dagelijks bij WIK-FTC (Willen Is Kunnen) keihard werkte om steeds beter te worden.

Jarenlang stond haar leven in het teken van turnen. Hoe vaak ze is gevallen? Minke heeft geen idee. “Ontzettend vaak. En dan huppetee, stond je weer op.” Indertijd was de balk nog niet bekleed, dus heel hard. Dan moet je durven. Het was leerzaam. “Doorgaan, niet stoppen. Ik ben opgevoed door de jongens van het CIOS.” Zij liepen stage bij WIK-FTC. Een enkeling is nu docent op het CIOS. “Zijn donkere krullen zijn nu grijs”, glimlacht de directeur. “Maar ik herkende hem meteen.”

Minke was ambitieus. “Ik was niet zo sierlijk, dus de balk was nooit mijn favoriet. Op de vloer was ik beter, maar in die tijd had je nog geen individuele finales op toestellen. Je deed gewoon alles.” Ze trainde geregeld in Papendal, maar bereikte net niet de nationale top. “We schampten er tegenaan.” Het meidenteam van WIK-FTC werd wel – “en dan lieg ik niet…”- dertien keer Nederlands kampioen op de lange mat. “Dat was meer acrobatiek. Zelfs toen we allemaal studeerden, haalde Tjalling ons overal vandaan om een paar keer te trainen en dan gingen we weer… Hij zei: ‘ Mijn zwakste schakel is nog steeds heel sterk’. Dat gaf vertrouwen.” Ook waren de meiden geregeld op pad met het ‘stuntteam’ van het CIOS. “Dat team deed de raarste sprongen. Het was spektakel. Wij hadden daar een show bij, met veel acrobatiek.” Ze kijkt er met plezier op terug. “Voor die tijd waren wij al heel innovatief. Ik ben er sterker door geworden en heb geleerd buiten de lijntjes te denken, al klinkt dat raar in een sport die juist zo van de lijntjes en de keurige uitvoering is.”

Uitdaging zoeken

Van stil zitten en kalmpjes doen wat ze al kon hield Minke sowieso nooit. Naast het turnen speelde ze dwarsfluit in orkesten en was ze een fervente scout. “Het was druk, maar heerlijk.” Toch ging alles met elkaar botsen, toen ze op het vwo wel even aan de slag moest om haar diploma te halen. Hierna ging ze voor een studie rechten naar Groningen. Waarom? “Tja, eigenlijk vooral omdat ik geen keuze kon maken. Ik vond heel veel dingen leuk en dacht: ‘Dan maar rechten. Niet uit overtuiging, maar ik heb er nooit spijt van gehad.” Ze leerde er systematisch denken. Ook bleef in haar studietijd het CIOS steeds dichtbij. Minke woonde samen met Willemien Kolhoff, de dochter van de toenmalige CIOS-directeur. Na een jaar reizen was het tijd om aan de slag te gaan. Twaalf jaar werkte Minke als gerechtssecretaris in Groningen en later in Leeuwarden, in het bestuursrecht. Stoffig? ‘Dat was het totaal niet, als je zag wat voorbijkwam.” Hiernaast gaf ze cursussen aan collega’s op het Studiecentrum Rechtspleging en in de avonden op de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden (nu NHL Stenden), dus daar kwam ze al voorzichtig in het onderwijs terecht.

Na een blauwe maandag in de advocatuur haalde de NHL Minke binnen als projectleider voor het opzetten van een hbo-studie Rechten. “Die opleiding draait nu tien jaar. Hartstikke leuk, loopt als een trein…” De beroepsgroep moest wennen aan die praktisch georiënteerde juristen. Zou niet elke jurist praktisch georiënteerd moeten zijn? “Ja, maar dat is niet zo. Als je van de Universiteit komt weet je veel, maar kun je weinig. Dat zal nu vast anders zijn, maar toen niet…”

In het management op haar eigen terrein zat ze veilig, maar dat ging vervelen. “Kan ik ook leiding geven in een sector waar ik geen affiniteit mee heb?” Zo werd Minke adjunct-hoofd op de afdeling Business Administration, voor de opleidingen HRM en Bedrijfskunde, en was vervolgens heel druk met de fusie van NHL en Stenden. Hier kwamen teams van verwante studies met heel verschillende culturen samen. “Dat was een enorme veranderopgave.”

Praktijkmens

Zij was er interim-directeur, toen het CIOS zich meldde. De tweede keer hapte Minke – vijftig inmiddels, met uitwonende zonen Daan en Thijs – toe. “Ik ben echt een praktijkmens’’, verklaart ze. “Dat heb je in het mbo nog veel meer dan in het hbo. Zo paste de hele puzzel perfect in elkaar: affiniteit met sport, onderwijs, maatschappelijke betrokkenheid en ook mijn ervaring in een organisatie goed neerzetten.”

Maatschappelijke betrokken?

“Ik ben uit de advocatuur gestapt, toen ik merkte dat ik vooral bezig was met slim uren maken en er mooie nota’s voor schrijven. Dat is niets voor mij. Die betrokkenheid zit in het onderwijs, de omgang met jongeren en hen kansen geven; in omgaan met partners in de samenleving en zeker ook in de samenwerking met docenten. Docenten zijn prachtige mensen. Dat meen ik oprecht. Het merendeel werkt met hart en ziel voor de studenten. Ik vind dit de mooiste omgeving waarin ik gewerkt heb.”

Uitdagingen heeft ze ook. Zo hoort Minke geregeld dat het CIOS vroeger meer een instituut – een vertrouwd merk – was. Zelf weet ze ’t ook nog: “Toen ik hier opgroeide, heb ik me nooit afgevraagd of het CIOS nou mbo of hbo was. Het CIOS was gewoon het CIOS. En als je naar het CIOS ging, had je best een mooie plek. Maar het CIOS kan niet meer het CIOS van vroeger zijn. Het onderwijs verandert en de samenleving verandert, daar moeten we in mee.”

Natuurlijk, in het CIOS is sport nog steeds belangrijk. Maar het CIOS van nu is veel meer, onder meer met de agogische tak en alle aandacht voor gezondheid. “Met wat je hier leert, kun je overal aan de bak. Daar liggen nog heel veel mogelijkheden voor samenwerking met andere opleidingen én met de omgeving. Het is meer dan sportleraar zijn.” Dat opent deuren. “Zo kunnen we in Heerenveen en omgeving meer verbinding zoeken. We hebben nog een wereld te winnen. Hier gebeuren al veel mooie dingen. Maar: we kunnen nog van beter naar best…”

Het is niet meer mogelijk te reageren

X
X

Deel dit met een vriend