Spierballenwerk in de sloep bij Roeivereniging Tréwes

Spierballenwerk in de sloep bij Roeivereniging Tréwes

0

TERHERNE – Voor de uitdaging deze maand begeeft Jan van Loon zich richting de wateren rond Terherne.

Daar trainen namelijk vandaag de drie teams van sloeproeivereniging Tréwes uit Aldeboarn die deelnemen aan wedstrijden. Dat zijn twee mannenteams en een vrouwenteam. Ik mag vandaag meetrainen met de herensloep die eens per week traint en word in de haven opgevangen door Rinsejan de Vegt. De andere mannensloep traint net als de vrouwenploeg tweemaal per week.

Rinsejan en ook de verenging Tréwes begonnen met roeien in 1992. Daarvoor bestond de Tréwes ook al, maar was het een touwtrekvereniging. Rinsejan deed net als een deel van de andere roeiers, voor hij begon met roeien, aan touwtrekken. “We wilden met een clubje mannen toen een keer wat anders gaan doen en zo is eigenlijk de sloeproeivereniging tot stand gekomen. Het is een stoere sport en ik vind het fantastisch om in een team het uiterste van jezelf te vragen en een te zijn met de elementen. Lichamelijk is het een zware sport en tijdens een wedstrijd, die vaak twee uur duurt, vraag je het uiterste van je lichaam.” De 48-jarige roeier, die tijdens de oprichting van de verenging in Aldeboarn woonde, maar inmiddels is verhuisd naar Tijnje, ziet er fit en afgetraind uit en is één van de meest ervaren roeiers van de vereniging.

De training

Als alle roeiers voor vandaag aanwezig zijn, stappen we in de boot. Rinsejan is één van de twee roeiers die op de achterste roeibank plaatsneemt. Hij legt mij uit dat, naast de stuurman die helemaal achterin zit, de achterste twee mannen links en rechts het roeitempo bepalen. De roeiriemen, die lang zijn en behoorlijk zwaar, liggen in het midden van de boot opgestapeld. Elke plek in de boot, waar in totaal plaats is voor acht roeiers, heeft zijn eigen riem. Ik neem rechts voorin op de bank het dichtst bij de boeg van de sloep plaats en leg mijn riem in positie. Een klein deel, een centimeter of dertig, van de riem is bekleed met leer. Dit gedeelte scharniert in de ring waarin de riem wordt geplaatst en zorgt ervoor dat de riem enigszins in positie blijft.

Op het moment dat we de steiger achter ons laten, gaan alle riemen in het water en begint de training. Als één van de acht roeiers in de boot moet ik meteen in het tempo mee en dat gaat in het begin moeizaam. Ik steek de zware riem veel te diep in het water en op het moment dat ik mijn best doe de riem weer boven water te krijgen hebben mijn roeigenoten de volgende slag al ingezet. Foute boel dus, want hierdoor raak ik de roeier voor mij en het ritme in de groep is meteen weg. Kort wordt mij uitgelegd dat ik, zeker in het begin, niet te veel water moet meepakken en in een snelle korte beweging moet terughalen. Enkele ogenblikken later zetten de twee slagroeiers opnieuw de roeibeweging in en ik weet het tempo redelijk te volgen.

Zere handen en onderarmen

Over het algemeen ben ik een sporter die redelijk goed kan observeren en dan kan nadoen wat iemand anders doet. Ik let dus ook vooral op de roeier voor mij en probeer zijn beweging exact na te doen. Hij houdt zijn handen helemaal aan het einde van zijn roeispaan en bij elke inzet strekt hij zijn benen waarna zijn lichaam automatisch de ingezette beweging volgt. Het valt niet mee om dit na te bootsen. Ik merk in de eerste tien minuten dat het al een hele taak is om je roeispaan in de juiste positie te houden. Ik moet constant corrigeren en kom nauwelijks toe aan een paar roeihalen op volle kracht. Het in goede positie houden van de roeispaan kost me enorm veel kracht en al snel begin ik het te voelen in mijn handen. Rinsejan legt uit hoe dat komt. “Je gebruikt nu spieren die je anders waarschijnlijk nooit echt gebruikt. Wij zijn de beweging gewend en hebben daar geen moeite meer mee. Het is dus vooral training kan ik wel zeggen. Als je de komende weken wat vaker met ons mee gaat dan zal je zien dat je snel sterker wordt en dat het in positie houden van de riem minder moeite kost. Als dat goed lukt kun je een stapje verder gaan en echt leren roeien.”

Na de nodige tips vervolgen we onze training na een korte pauze midden op het water. Al snel wordt het tempo enorm opgevoerd en moet ik flink aanpoten. De stuurman sloep geeft het ritme aan en motiveert de roeiers om het tempo nog meer op te voeren. Inmiddels voel ik niet alleen meer de verzuring in mijn handen en onderarmen, maar begint mijn hele bovenlichaam te protesteren. Af en toe laat ik even een paar slagen lopen en kijk ik vol bewondering naar de andere roeiers die zich vol overgave blijven geven. Badend in het zweet en met veel spierpijn ben ik blij dat de training er even later op zit. Hoewel ik vermoeid ben, stap ik voldaan de boot uit. Sloeproeien is een heel erg intensieve sport waar je jezelf enorm in kan uitdagen. Maar zeker ook een sport die je doet als team en die combinatie is me goed bevallen vandaag.

Tekst Jan van Loon // Foto’s Orange Pictures

Het is niet meer mogelijk te reageren

X
X

Deel dit met een vriend